Als het label niet past, en toch niet loslaat

Je zit tegenover me met een map op schoot. Onderzoeksverslagen, schooladviezen, soms een verwijsbrief. “We denken aan ADHD, maar misschien is het ook wel autisme. Of toch hoogbegaafdheid?” Je hebt al veel gelezen, veel overlegd, veel getwijfeld. En wat je vooral wilt, is duidelijkheid.

Dat snap ik. Een naam voor wat er speelt voelt als grond onder je voeten. Het haalt de schuld weg bij jou en bij je kind, en het belooft richting: nu weten we wat we moeten doen.

Maar wat als die duidelijkheid schijn is? Wat als het label net zo vaak verhult als het onthult?

Wat een classificatie belooft, en wat het doet

In een recent artikel op Wij-leren.nl (https://wij-leren.nl/diagnostiek-duidelijkheid-classificatie.php) pleit orthopedagoog Annelies van der Haar voor diagnostiek zónder DSM-classificatie. Haar kernpunt: een classificatie suggereert een aantoonbare stoornis, terwijl de DSM oorspronkelijk bedoeld was als werkboek voor onderzoek en hulpverlening. Niet als lijst met objectief vast te stellen ziektes. Classificaties zijn tijds- en cultuurgebonden, overlappen sterk, en veranderen met elke nieuwe editie.

En voor kinderen speelt iets extra’s. Zij zijn volop in ontwikkeling en sterk afhankelijk van hun omgeving. Een label dat zegt dit zit in het kind dreigt dan precies dát te doen wat je niet wilt: omgevingsfactoren uit beeld halen, en de veerkracht van het kind onderschatten.

Waarom dit bij hoogbegaafdheid zo knelt

Hoogbegaafdheid is geen stoornis. En toch zie ik in mijn praktijk hoe vaak kinderen met een hoogbegaafd profiel eerst een rondje DSM maken. De drukte in de klas wordt ADHD. De intensiteit van emoties wordt een angststoornis. Het terugtrekken na school, omdat de emmer overloopt, gaat autisme heten. Soms terecht, soms deels, soms helemaal niet.

Wat ik daarbij vaak zie:

  • Eén kenmerk wordt het hele verhaal. Een kind is niet een ADHD’er die óók hoogbegaafd is. Een kind is een mens met een specifieke manier van denken, voelen en waarnemen, waarbij drukte, verveling, perfectionisme en sensitiviteit ín elkaar grijpen.
  • De omgeving verdwijnt uit beeld. Als een kind vastloopt in een klas die te traag, te druk of te onveilig voelt, zegt dat óók iets over de klas. Niet alleen over het kind.
  • Het gezin wordt losgekoppeld van het verhaal. Terwijl juist bij hoogbegaafdheid de patronen thuis, hoe jullie als ouders zélf denken, voelen, overprikkeld raken, een enorme rol spelen.

Een classificatie heeft dan iets vreemds: het lijkt alles te verklaren, en tegelijk raakt het verhaal dat eronder ligt juist uit het zicht.

Wat gaat er mis als het label blijft plakken?

Van der Haar noemt het risico van de selffulfilling prophecy: de omgeving gaat gedrag bekijken door de bril van de diagnose. Ik zie dat in gezinnen gebeuren op een manier die vaak niemand opmerkt. Een zin als “ja, dat doet ze omdat ze autistisch is” sluit iets af wat misschien net open had moeten blijven. Was het autisme? Of was het overprikkeling na een dag waarop ze in de klas al haar energie gebruikte om gewoon stil te zitten?

En dan is er nog iets subtielers. Een kind dat opgroeit met een label, draagt dat label mee in wie het denkt te zijn. Ik ben iemand met ADHD. Ik ben iemand met autisme. Soms geeft dat houvast. Soms, zeker bij hoogbegaafde kinderen die toch al veel nadenken over zichzelf, wordt het een bril die nooit meer af gaat.

Hoe dan wel: systemisch kijken

Systemisch werken betekent kijken naar het geheel. Naar het kind, ja, en net zo goed naar de klas, het gezin, de geschiedenis van het gezin, de patronen die al generaties meegaan. Niet om oorzaken aan te wijzen, maar om te begrijpen hoe alles op elkaar inwerkt.

Dat betekent in de praktijk:

  • We onderzoeken wat er speelt, niet wat het heet. Welke kwetsbaarheden zie ik bij dit kind? Welke krachten? Waar lopen de prikkels op? Wat doet de omgeving met dit kind, en wat doet dit kind met de omgeving?
  • We laten vragen open als dat eerlijker is. “We weten niet precies waar het vandaan komt, maar we weten wel dat ze snel onveilig voelt en moeite heeft met langdurige opdrachten.” Dat is geen tekortkoming van de diagnostiek. Dat is respect voor de complexiteit.
  • We betrekken iedereen die ertoe doet. Jij als ouder bent niet de ontvanger van een advies. Je bent een bron van kennis over je kind, en tegelijk onderdeel van het systeem waarin het kind leeft. Dat geldt ook voor school.
  • We gebruiken wat we weten over hoogbegaafdheid. Niet als hokje, maar als lens. Wat helpt kinderen die snel denken, intens voelen en veel waarnemen? Daarvoor hebben we gereedschap, ook zonder dat het op een formulier hoeft te staan.

Duidelijkheid zonder etiket

Het mooie is dit: de duidelijkheid waar je naar zoekt, kun je krijgen zonder label. Niet door een diagnose, maar door een gedeeld verhaal. Een verhaal waarin jij je kind herkent, waarin de leerkracht weet wat werkt, en waarin je kind, als het oud genoeg is, zichzelf kan zien zonder meteen in een categorie te vallen.

Dat kost iets meer moeite dan een classificatie. Het vraagt dat je de onzekerheid even uithoudt: we weten nog niet alles, en dat hoeft ook niet. Maar wat je ervoor terugkrijgt, is een beeld dat klopt met wie dit kind werkelijk is, inclusief wat er moeilijk is en inclusief wat er mooi is.

Herken je iets in wat ik hier schrijf? Twijfel je over een traject, of zit je vast tussen wel of niet laten onderzoeken? In een eerste gesprek denk ik graag met je mee. Niet over welk label past, maar over welk verhaal ruimte maakt voor ontwikkeling.

Delen:

meer zoals dit:

Op school geen probleem, thuis een vulkaan

Hoogbegaafde kinderen passen zich overdag op school voortdurend aan: ze temperen hun reacties, slikken vragen in en volgen het groepstempo. Dat kost veel energie. Thuis, waar ze zich veilig voelen, laten ze alles los. De ontploffingen na school zijn dus geen teken dat er iets mis is met het kind, of met jou als ouder. Ze zijn een teken van vertrouwen.
Praktisch helpt het om je kind na school decompressietijd te geven, de overgang voorspelbaar te maken en pas later het gesprek aan te gaan. Blijft het patroon zwaar, dan is het zinvol om breder te kijken: naar de schooldag, de belasting en wat het kind thuis nodig heeft om te herstellen.

Lees verder »

Meer lezen?

Voor ouders en andere professionals schrijf ik regelmatig een nieuwsbrief waarin ik mijn kennis en expertise deel. Hierin kun je meer lezen en aan de slag met praktische tools voor thuis en op school.