Mensen worden ziek. Relaties niet.

Het is een zin die blijft hangen. Mensen worden dement, relaties nooit. Hij komt uit een artikel van Lonne Bormans, klinisch psycholoog en systeemtherapeut in de dementiezorg, en hij raakt aan iets waar we als samenleving veel te makkelijk overheen kijken. We praten over dementie alsof het iets is dat één persoon overkomt. Maar dementie raakt nooit één persoon. Het raakt een heel weefsel.

En dat weefsel, dat zijn wij. Allemaal.


Een ziekte die in vol tempo onze samenleving binnenkomt


De cijfers zijn niet meer te negeren. In Nederland hebben op dit moment ongeveer 300.000 mensen dementie. Daarvan zijn er 15.000 jonger dan 65 jaar. Dementie is dus allang niet meer iets van “oude mensen”. Het kan ook iemand zijn van 58, van 62, van 64. Alzheimer Nederland


En het wordt meer. Het aantal mensen met dementie zal flink stijgen, van 320.000 in 2026 naar ruim 600.000 in 2050. Dat is bijna een verdubbeling binnen één generatie. Op dit moment zorgen naar schatting 800.000 mantelzorgers voor iemand met dementie.

Achtmiljoenhonderdduizend mensen. Partners, kinderen, broers, zussen, vrienden, buren. Mensen die op dit moment, terwijl jij dit leest, een hand vasthouden, een trui aantrekken, een verhaal opnieuw vertellen. Alzheimer NederlandMantelzorgNL


Een veelzeggend detail: mantelzorgers van thuiswonende naasten met dementie zorgen gemiddeld 47 uur per week. Dat is meer dan een fulltime baan. Onbetaald. Uit liefde. Uit plicht. Soms uit beide. MantelzorgNL


En toch is dit niet wat de gemiddelde Nederlander voor ogen heeft als hij denkt aan zijn toekomst.


Hoe we naar dementie kijken bepaalt hoe we ermee leven

Lonne Bormans schrijft over wat zij “de dubbele dood” noemt. Eerst de sociale dood: het verlies van stem, van rol, van betekenis. Pas veel later de fysieke dood. Tussen die twee dood-momenten zit vaak een lange, eenzame tussenruimte. Een ruimte waarin de persoon met dementie wel ademt, wel kijkt, wel voelt, maar steeds minder gezien wordt als iemand met wie je iets deelt.


Dat is geen onvermijdelijk gevolg van de ziekte. Dat is een gevolg van hoe wij ernaar kijken.


In het westerse denken zien we ouderdom en dementie vooral als verlies. Verlies van geheugen, van functies, van zelfstandigheid. En zodra iemand niet meer kan wat hij vroeger kon, schuiven we hem zachtjes naar de zijlijn van het gesprek. Hij begrijpt het toch niet meer. Het maakt voor haar geen verschil meer. Het zijn opmerkingen die je hoort aan keukentafels en in zorgkamers, vaak goedbedoeld, en vaak fout.

Want wie zegt dat verbinding alleen werkt via woorden?


Een hand op een knie

In het artikel staat een moment dat me bijbleef. Een vrouw van 64, mevrouw D, in een vergevorderd stadium van frontotemporale dementie. Ze begrijpt taal nauwelijks nog. Haar partner zit naast haar en vertelt over hun eerste ontmoeting in de jaren tachtig. Over hoe ze verliefd werden. Hij lacht om zijn houterige dansbewegingen. Hij legt zijn hand op haar knie. En zij, mevrouw D die “niet meer aanspreekbaar” zou zijn, kijkt eerst naar zijn hand. En dan naar zijn gezicht.


Daar gebeurt iets. Iets wat je niet kunt meten met een cognitieve test, maar wat onmiskenbaar echt is. Een relatie die werkt, ook nu nog. Liefde die zich verplaatst van woorden naar een aanraking, van herinneringen naar het hier en nu.


De therapeut noemt dit belevingsgericht contact. Een liefdevolle toon, een aangename stem, een aanraking. Het zijn middelen die overblijven als taal wegvalt. En het blijkt: ze werken. Ze maken verbinding mogelijk lang nadat we dachten dat verbinding voorbij was.


Wat dit ons als samenleving te zeggen heeft

Het is verleidelijk om dit verhaal te beperken tot de dementiezorg. Het gaat over een ziekte, over een specifieke groep mensen, over een specifiek probleem. Maar als je goed kijkt, gaat het over iets veel groters.

Het gaat over hoe we kijken naar elkaar.


Want relaties zijn geen ding dat we erbij hebben. Iets wat erbij komt als de zorg, het werk en de boodschappen geregeld zijn. Relaties zijn doorweven in alles wat we doen. In hoe we opgroeien, in hoe we werken, in hoe we ziek worden, in hoe we ouder worden, in hoe we sterven. We zijn van begin tot eind verbonden wezens. Een baby leert zichzelf reguleren via de blik van zijn ouder. Een puber zoekt zichzelf in de spiegel van zijn vrienden. Een volwassene gedijt of verschrompelt afhankelijk van wat er thuis, op het werk, in vriendschappen gebeurt. En een ouder mens met dementie? Die heeft die verbinding niet minder nodig. Die heeft hem misschien wel het meeste nodig.


Het idee dat een mens “op zichzelf staat” is een handige fictie. Het past goed bij hoe onze zorg georganiseerd is, bij hoe ons beleid in elkaar zit, bij hoe we problemen graag opdelen in losse hokjes. Maar het klopt niet. Niemand staat op zichzelf. Niet als baby, niet als volwassene, niet als ouder mens.


Wat dat vraagt

Een relatiegerichte blik op dementie, en eigenlijk op zorg in bredere zin, vraagt iets van ons. Het vraagt dat we de mens niet losknippen van zijn omgeving. Dat we niet alleen vragen “wat heeft deze patiënt nodig”, maar “wat heeft dit systeem rondom deze persoon nodig”. De partner die thuis fysiek geweld meemaakt en toch een belofte probeert te houden. De dochter die zich schuldig voelt omdat ze niet altijd kan. De zorgmedewerker die in tien minuten alle wensen probeert te raden.

Niemand van hen is “de patiënt”. En tegelijk lijden ze allemaal mee.


Een relationele aanpak vraagt ook dat we ons opnieuw oefenen in iets simpels: luisteren. Niet alleen naar woorden, maar naar wat ertussen zit. Naar gebaren, naar blikken, naar adempatronen, naar stiltes. Listening to the magic in between the words. Het is een vaardigheid die we in een wereld vol prikkels, deadlines en korte berichten verleerd zijn. En het is precies wat we de komende decennia harder nodig zullen hebben.


Een boodschap die verder gaat dan dementie


Of je nu zorgt voor een ouder met dementie, voor een kind dat het zwaar heeft op school, voor een partner in een burn-out, of voor jezelf in een moeilijke periode: de patronen zijn vergelijkbaar. We leven, ontwikkelen, lijden en herstellen in relatie. Altijd. Het is geen extraatje. Het is de structuur waarin we bestaan.


Daarom raakt dit verhaal me. Niet alleen omdat dementie zoveel mensen treft, en de komende jaren nog veel meer. Maar omdat het ons iets fundamenteels laat zien over wat het is om mens te zijn.


Een mens wordt ziek. Een mens verandert. Maar de relatie, als we hem dragen, blijft.


Dat is geen romantisch verhaal. Het is geen ontkenning van het verdriet, de uitputting, de momenten waarop je het niet meer weet. Het is een uitnodiging om de blik te verleggen. Om weg te kijken van enkel het individu, en te kijken naar het weefsel waarin we allemaal zitten. Naar de handen die elkaar nog vinden, ook als de woorden niet meer komen.

Mensen worden ziek. Relaties niet, als we ze blijven onderhouden.

En dat begint met hoe we vandaag naar elkaar kijken.



Bron: Bormans, L. Een systeemtherapeutische bijdrage aan dementiezorg: Het begint bij relatiegerichte zorg.

Delen:

meer zoals dit:

Op school geen probleem, thuis een vulkaan

Hoogbegaafde kinderen passen zich overdag op school voortdurend aan: ze temperen hun reacties, slikken vragen in en volgen het groepstempo. Dat kost veel energie. Thuis, waar ze zich veilig voelen, laten ze alles los. De ontploffingen na school zijn dus geen teken dat er iets mis is met het kind, of met jou als ouder. Ze zijn een teken van vertrouwen.
Praktisch helpt het om je kind na school decompressietijd te geven, de overgang voorspelbaar te maken en pas later het gesprek aan te gaan. Blijft het patroon zwaar, dan is het zinvol om breder te kijken: naar de schooldag, de belasting en wat het kind thuis nodig heeft om te herstellen.

Lees verder »

Meer lezen?

Voor ouders en andere professionals schrijf ik regelmatig een nieuwsbrief waarin ik mijn kennis en expertise deel. Hierin kun je meer lezen en aan de slag met praktische tools voor thuis en op school.